“Efficiënter” en “beter” staan heel vaak haaks op elkaar.

“Wanneer iemand 5 keer per dag iets verkeerd doet en je automatiseert het, dan los je het probleem niet op maar zorg je er enkel voor dat die persoon het 50 keer per dag verkeerd doet” was de favoriete uitspraak van een van mijn collega’s in mijn consultancytijd.
Ze sloot aan bij een van de kernpunten van de leer van E. Goldratt, een van de meest populaire managementguru’s uit de jaren 80: elk geheel bestaat uit onderdelen en als je deze efficiënter maakt (streven naar ‘lokale optima”), dan draagt dit niet noodzakelijk bij tot de verbetering van het geheel. Vaak integendeel.
Efficiënter is wat anders dan beter. Dat merkte ik ook nog maar eens toen ik eind vorig jaar jurylid van de Lean Awards was en bleek dat geen enkele van de genomineerden de klant actief bij de verbeterprojecten betrokken had. Terwijl ze allen wel streefden naar een vlottere service en een betere klantbeleving…

Je terrein nauw afbakenen (zoals het jou het beste uitkomt) leidt vaak tot schade aan het grote geheel.
In zijn boek “The New Capitalist Manifesto” rekent Umair Haque uit dat de productie van een hamburger McDonalds geen $4 kost, zoals ze beweren, maar $40 als je de CO2-uitstoot, waterverbruik, etc. meerekent. Elke poging om de $4 te reduceren leidt vermoedelijk naar een exponentiële toename van de werkelijke kost.
In het FD van 6 mei 2015 staat een analyse van de werkelijke kosten en opbrengsten van het recyclen van plastic. De recyclagekost blijkt 15 keer hoger te zijn dan de kost van nieuw plastic. Bij een vermoedelijk gelijkblijvend milieu-effect.

Verbeteringen treden maar pas op wanneer ze bijdragen aan het “grote plaatje”. Dit is ook zo in bedrijven en organisaties. Weet in úw organisatie iedereen wat het grote plaatje is (kijk hier voor een uitgebreide studie)? En draagt elke verbetertraject daar echt aan bij?

(Ziet u hieronder geen mogelijkheden om te delen, dit leuk/plezant te vinden of commentaar te geven? Dan bent u nog steeds op de homepage. En ik ben dol op interactie! Klik hier om naar de artikelpagina te gaan. Dank!)

Af en toe hebben we een dictator nodig

Enkele dagen geleden brak geschiedkundige en expert internationale betrekkingen in Trouw een lans voor samenwerking met dictators wanneer dat het grotere nut ten goede komt.
Daarmee doorbrak hij een hardnekkig taboe: dictators zijn slecht en daar moet je van af blijven.
Historisch gezien is dit echter helemaal niet zo en omgekeerd leveren lang niet alle democratieën de meest ideale leefomstandigheden op voor hun burgers.
Dit was zelfs niet het geval bij de Oude Grieken, de uitvinders van de democratie. De langste periode dat een democratie het daar heeft uitgehouden, was 17 jaar. En dan moest er een dictator of een oligarchie aan te pas komen om de stadstaat weer bestuurbaar te maken. Het feit dat elke burger zich overal tegenaan kon bemoeien zorgde voor verlamming en stond elke grote verandering in de weg.
Herkenbaar?
benevolent_dictator_mugIk pleit dan ook al lang voor het invoeren van het “goedwillend dictatorschap”. Eerst doen we een jaartje of vijf parlementaire democratie en dan komen er een of twee welwillende absolute machthebbers de rotzooi opruimen. 5D/1D dus.
Op die manier kan iedereen lekker meeregeren en kunnen er tegelijk radicale verbeteringen plaatsvinden.
Meestal wordt deze suggesties onthaald op een koor van “ja, maar”-roepers. Die horen er nu eenmaal bij. Ze zouden beter hun energie steken in constructieve “ja, als” opmerkingen. Want met “ja, maar” kun je elk nieuw idee afwimpelen. En dat is is ook precies de bedoeling: afbreken zonder alternatief voor te stellen. Met “ja, maar” zouden we nu nog steeds in grotten en paalwoningen leven. “Ja, als…” daarentegen betekent: doen we, als we een oplossing vinden voor….
Welke hobbels ziet u op de weg naar 5D/1D en wat zijn mogelijke oplossingen?

(Ziet u hieronder geen mogelijkheden om te delen, dit leuk/plezant te vinden of commentaar te geven? Dan bent u nog steeds op de homepage. En ik ben dol op interactie! Klik hier om naar de artikelpagina te gaan. Dank!)

Managers misbruiken het woord “management” (klik hier voor interactie)

Waar zit de fout in mijn simpele redenering?

Taylor ManagementThese: in 1911 schreef Frederick Winslow Taylor zijn “Principles of Scientific Management”, algemeen erkend als hét eerste basiswerk over management. Aardig wat principes en instrumenten uit dit boek worden nog steeds gebruikt.
Antithese: Ik citeer de eerste zin: (eigen vertaling) “Het belangrijkste doel van management moet het verzekeren zijn van de maximale welvaart voor de werkgever, tezamen met de maximale welvaart voor elke werknemer.”
Synthese: mensen die de welvaart van de medewerkers niet even hoog inschatten als dat van de werkgevers (door b.v. enkel bezig te zijn met aandeelhouderswaarde, de eigen bonussen, etc.) en de omzet van het bedrijf niet laten doorwerken in het salaris van de werknemers (expliciet voorbeeld op p. 2), is dus niet bezig met managen.

Kortom: het gros van mensen die zichzelf anno 2015 “manager” noemen, gebruiken deze term ten onrechte. Opwel moeten zij hun gedrag aanpassen om weer op dezelfde lijn te zitten als Taylor, ofwel hun bezigheden anders benoemen.

(Ziet u hieronder geen mogelijkheden om te delen, dit leuk/plezant te vinden of commentaar te geven? Dan bent u nog steeds op de homepage. En ik ben dol op interactie! Klik hier om naar de artikelpagina te gaan. Dank!)